Mary Quant en jongeren in de sixties

Mary Quant

“It is given to a fortunate few to be born at the right time,
in the right place, with the right talents. In recent fashion
There are three: Chanel, Dior and Mary Quant.”

Ernestine Carter - Sunday Times

In de jaren '60 zorgde de jeugd voor de meeste veranderingen, ze gingen zich verzetten tegen het gezag en de consumptiemaatschappij. Nog nooit eerder had de jeugd zo veel geld en zoveel vrije tijd. Ze wilden vrij zijn van de bemoeienissen van hun ouders, ze wilden op eigen benen staan. Welke invloed had Mary Quant op de schoen in de jaren ’60?

Mary Quant is een Engels mode ontwerpster en ze is de uitvinder van de minirok en de hotpants. Mary was ontevreden over de kledinglijn van dat moment en besloot zelf kleding te gaan naaien. Haar rokken werden sinds 1958 steeds korter. Ze zag dit zelf als een positieve ontwikkeling, omdat vrouwen op deze manier naar de bus konden rennen. De minirok, waarmee ze het bekendst is geworden, was een van de meest belangrijke mode elementen van de jaren ’60. Ze wordt wel omschreven als de grootste mode invloed buiten Parijs.

De bekende minirok met laarzen van Mary Quant.

Onder de minirokken die Mary Quant introduceerden pasten niet meer de ellenlange naaldhakken. De flatjes die nu rechte neuzen hadden kwamen hierdoor weer in. Ook de laars paste goed onder de minirok. Laarzen waren lang, tot net onder de knie of tot over de knie. In het begin van de jaren ’60 waren de laarzen nog slap, met een voornaad, maar aan het einde van de jaren ’60 moest de slappe laars plaatsmaken voor strakke laarzen, die strak om het been zaten.

Kortom, door de introductie van de minirok door Mary Quant ontstond er een laarzen hype. De laarzen mochten gezien worden, en hadden de meest opvallende dessins. Ook werden de laarzen van verschillende materialen gemaakt, zoals plastic, stof, bewerkt leer en effen leer.

Jongeren in de sixties

Als er in de jaren ’50 al veel was gebeurd, dan leken de jaren ’60 een ware storm. Er was een algemene reactie op de burgerlijkheid van de jaren na de oorlog. Er was een nieuwe jeugdcultuur ontstaan die bepalend was voor de gehele modewereld. De jeugd had de tijd en het geld om de belangrijkste doelgroep te worden. Maar het waren niet meer de modehuizen die de mode bepaalden, het waren de jongeren die wisten wat ze wilden en de jonge ontwerpers probeerden de snel veranderende grillen van de nieuwe jeugdcultuur bij te benen.

Binnen de jongerencultuur in Nederland had je verschillende groepen. Iedere groep had zijn eigen kleding voorschrift en ook de schoenen speelden daarbij een belangrijke rol. Om het overzichtelijk te houden zal ik de verschillende groepen apart behandelen.

In Nederland ontstonden ten eerste de ‘nozemgroepen’. Zij waren vooral tegen de burgerlijkheid van de naoorlogse jaren. Ze waren verdeeld in Bullen en Kikkers, elk met een eigen kledingcode.
De Bullen droegen leren jasjes of vliegerjacks, spijkerbroeken met smalle pijpen, veterdasjes en een vetkuif. De meisjes droegen jurken met petticoats en een bol kapsel, de ‘suikerspin’. Ook de schoenen waren bepalend voor de Bullen. Zo droegen de mannelijke leden puntlaarzen en de meisjes droegen pumps met naaldhakken.
De Kikkers waren herkenbaar aan groene legerparka’s of oude PTT-capes, broeken met wijde pijpen en halfhoge bruin suède Clarks schoenen.

Dit zijn twee ‘bullen’. Zij heeft een suikerspin kapsel en hij een vetkuif.

De Pleiners en Dijkers waren eigenlijk een soort nozems, maar ze waren artistieker en splitsen zich daarom af van de nozems. Rond 1960 leverde deze groep jongeren nogal wat problemen in de grote steden, door winkeldiefstal etc. In het begin van de jaren ’60 gingen de twee jeugdculturen nog geheel gescheiden te werk, maar naarmate de tijd vorderde trokken de groepen steeds meer naar elkaar toe. Ook deze groep had een eigen stijl. Die werd getypeerd door vetkuiven, witte t-shirts en al dan niet een colbert of leren jasje. De pleiners droegen over het algemeen vaak 'bordeelsluipers' (een soort suède schoenen), de dijkers daarentegen droegen juist dezelfde puntschoenen als die van de nozems.

Na de Pleiners en de Dijkers kwamen de provo’s. Een aantal trefwoorden met betrekking tot deze groepering zijn soberheid, anti mode, protest muziek met meer tekst dan noten, maatschappijkritisch, geen alcohol, wel drugs, demonstraties, happenings, protestmarsen, tegen regenten, tegen klootjesvolk, opvallen, tegen auto's, voor de fiets.

De provo’s waren erg antimaterialistisch. Dat lieten ze ook duidelijk zien in de kleding die ze droegen. Versleten, zelfgemaakte kleding was het typerende beeld voor de mannelijke provo’s. Ze droegen veel jeans, maar toen de nozems dit ook begonnen te dragen, werd het verbannen uit de provo-kleding. Ook hun schoenen waren eenvoudig, ze moesten getuigen van het antimaterialisme. Veel vrouwelijke provo’s droegen de mini, die uit Londen was komen overwaaien. Ze hadden lang sluik haar, en droegen bijna geen make-up. Onder de mini droegen de vrouwen niet de populaire laars, maar flatjes of pumps. Dit deden ze, omdat ze geen waarde wilden hechtten aan de lange, leren laarzen, weer dat antimaterialisme dus.

Dan zijn er nog de hippies. De hippies waren mensen waarbij het vooral om liefde draaide. Hippies waren het oneens met een leefstijl met veel materiele waarde. Zij wilden zich afzetten tegen een streng georganiseerde, gemanipuleerde welvaartsmaatschappij. Dit kwam behoorlijk overeen met de provo’s, alleen uitten de hippies zich anders. Hun protesten waren veel vredelievender dan die van de provo’s, omdat de hippies veel meer waarde hechtten aan liefde voor de medemens.

Een van de dingen waaraan veel mensen denken als we het hebben over schoeisel van hippies, zijn dat de geitenwollen sokken. Dat was ook inderdaad wat veel hippies droegen. Daarnaast liepen ze vaak op blote voeten. Toen de hippie stroming net ontstond liepen ze ook nog vaak op klompen, maar naarmate de stroming zich ontwikkelde werden de klompen niet meer gedragen. Wel werden sandalen (van het merk Birkenstock) veel gedragen. Dit deden de hippies om zich vrij te voelen, en omdat je er goed op kon dansen.
Sandalen en blote voeten bleken het beste schoeisel voor hippies.

In de jaren ’60 had je dus verschillende jeugdculturen in Nederland, die zich allemaal op hun eigen manier kleedden. Deze kleding stond vaak in direct verband met de ideeën die de groepering wilde uitdragen. De nozems uitten hun wil naar vrijheid door te dragen wat ze zelf wilden, zonder dat de ouders daar enige inspraak in hadden. De pleiners wilden zich onderscheiden door artistiek te zijn. Het schoeisel dat ze daarbij droegen was niet echt volgens de mode, maar men hechtte er ook niet veel waarde aan. De dijkers daarentegen droegen de puntschoenen die over waren komen waaien vanuit Italië, en dus wel degelijk mode waren. Ook de provo’s hielden het eenvoudig, dit om hun antimaterialisme te benadrukken. De hippies daarentegen waren wel degelijk bezig met hun schoeisel. Sandalen en blote voeten bleken uiteindelijk het beste schoeisel om op te dansen en om je vrij te voelen.

< ga naar 'De wederopbouw van de jaren '50' | ga naar wereldkaart | ga naar 'De oliecrisis in de jaren '70' >